© 2008 Stichting TOETS

Deze site is in ontwikkeling

Een clavichord is een klein klavierinstrument uit Europa dat tot de snaarinstrumenten wordt gerekend. Het speelde vooral in de kamermuziek uit de 17e en 18e eeuw een grote rol. De klank is erg zacht, en lijkt wel wat op die van een luit.

Geschiedenis

Het clavichord is een van de oudste toetseninstrumenten met snaren, en is ontstaan uit het monochord, een instrument uit de Oudheid. In een schriftelijke bron uit 1396 wordt de naam clavichord voor het eerst gebruikt. Het oudste clavichord dat nog bestaat is in 1543 gebouwd, en bevindt zich in het Muziek- instrumentenmuseum in Leipzig. Tot ver in de 18e eeuw was het instrument in Europa wijd verbreid. Het was toen zo bekend dat het Duitse woord Clavier, dat oorspronkelijk alle toetseninstrumenten aanduidde, specifiek werd gebruikt voor het clavichord. Het clavichord werd in die tijd belangrijker gevonden dan het klavecimbel of de pianoforte.


Een van de beste bouwers van clavichords was Johann Adolph Hass uit Hamburg. In de Russell Collection in Edinburgh bevindt zich een clavichord dat door Hass werd gebouwd voor de Amsterdamse koopman Jan Six. Mozart zou dit instrument hebben bespeeld toen hij Amsterdam in 1767 samen met zijn vader bezocht, en een bezoek bracht aan Six.


Peter Bavington en Karin Richter (Groot-Brittannië), Joris Potvlieghe (Vlaanderen), Thomas Steiner (Oostenrijk) en Ronald Haas, Owen Daly en Andrew Lagerquist (Verenigde Staten van Amerika) en Dick Verwolf (Nederland) zijn bekende hedendaagse bouwers van clavichords.

Bouw, en werking

Anders dan bij de piano zijn de toetsen van een clavichord eenvoudige hefbomen, met aan het eind een messing plaatje, dat tangent wordt genoemd. Als een toets wordt ingedrukt, slaat de tangent tegen de bovenliggende snaar die aldus in trilling wordt gebracht. Het volume van de toon kan worden gevarieerd door de toets harder of zachter aan te slaan. Zolang de tangent tegen de snaar rust, blijft de toon doorklinken. Door intussen de druk op de toets te variëren, en daarmee de kracht waarmee de tangent tegen de snaar drukt, kan een vibrato worden gevormd. Dit wordt met een Duits woord Bebung genoemd. De snaar trilt van de brug tot de tangent, en is aan de andere kant afgedempt met vilt. Zodra een toets wordt losgelaten, wordt de toon gedempt.

De meeste clavichords hebben voor elke toets een snaar. Omdat de snaar slechts trilt van de brug tot de tangent, is het mogelijk meerdere toetsen aan dezelfde snaar toe te wijzen. De constructie van het clavichord wordt daar eenvoudiger door, want er zijn minder snaren nodig. Samenklanken zijn echter minder goed mogelijk. Omdat slechts één noot per snaar kan worden gespeeld, worden bij deze constructiewijze doorgaans niet meer dan twee noten aan een snaar toegewezen; bij voorkeur noten die toch nooit zullen samenklinken, zoals de C en de C#. Een clavichord met een noot per snaar heet men een ongebonden clavichord. Als er meerdere noten per snaar zijn wordt het een gebonden clavichord genoemd.

Muziek

Vrijwel alle muziek die voor klavecimbel, piano, of orgel is geschreven kan ook op een clavichord worden gespeeld. Het instrument is echter te zacht voor ensemblespel, en virtuoze loopjes en snelle herhalingen van akkoorden zijn er niet goed op mogelijk. Ook de stemming, vaak middentoon, laat enkel oude lektuur toe. De bekendste componist voor clavichord is Carl Philipp Emanuel Bach, een zoon van Johann Sebastian Bach.

Clavinet

In funkmuziek en rock werd in de jaren zeventig dikwijls een clavinet gebruikt. Dit is in feite een elektrisch clavichord, met elektromagnetische elementen om de toon op te pikken, waarna het signaal kan worden versterkt.



Clavichord naar Joh. Albrecht
Dwarsdoorsnede
Bron: Wikipedia